Ingekleurde foto van pollen op een vergroting van 500 maal.
Geel: stokroos
Donkerrood, groot: theunisbloem
Rood, klein: zonnebloem
Groen, groot, stekelig: blauwe winde
Donkergroen: lelie
Lichtgroen, klein: wonderboom

Men spreekt van hooikoorts of pollinose als iemand allergisch is aan pollen in de lucht. De pollen – meestal van gras, minder vaak van bomen – komen in contact met de neusslijmvliezen via de ingeademde lucht. De mastcellen in de slijmvliezen reageren hierop door hun ontstekingsstoffen los te laten in de weefsels waardoor een ontsteking van de slijmvliezen optreedt.

De pollen zelf veroorzaken geen symptomen, maar het is de ontstekingsreactie die de typische ziektetekens veroorzaakt die we kennen als hooikoorts.

De meeste hooikoortspatiënten zijn allergisch aan graspollen of pollen van bomen. Ook kruidenpollen en sporen van paddestoelen of schimmels kunnen echter allergische rhinitis veroorzaken.

Risicofactoren

Er zijn een aantal risicofactoren die de kans op het krijgen van hooikoorts verhogen:

  • erfelijkheid: de ziekte komt vaker voor in sommige families
  • eerstgeborene zijn
  • van het mannelijke geslacht zijn
  • geboren worden in het pollenseizoen
  • blootstelling aan sigarettenrook in het eerste levensjaar
  • blootstelling aan huisstofmijt op jonge leeftijd